1963

Steeds vaker melden jonge kunstenaars zich bij de ateliers van Haarlemse beeldhouwers Mari Andriesse en Theo Mulder met de vraag of ze bij hen in de leer kunnen. Half grappend werpt Andriesse op: ‘kunnen we geen schooltje beginnen?’ Wat volgt is een eerste poging om een alternatief te bieden op het reguliere academische kunstonderwijs van die tijd, gebaseerd op direct contact tussen beginnend kunstenaar en ervaren vakgenoot. Aanvankelijk wordt dit ‘werkplaatsonderwijs’ op de Koudenhornkazerne in Haarlem gegeven in ruimtes die worden bestierd door de ervaren kunstenaars; een moderne variant op het oude meester-gezelprincipe. De leerlingen kozen een kunstenaar om bij in de leer te gaan en werkten vervolgens zelfstandig in zijn atelier. Deze groep ‘docenten’ was inmiddels aangevuld met diverse andere professionele beeldhouwers en schilders.

cropped-1-Scan-2.jpeg

Kunstenaars van Academie '63 nemen de Koudenhornkazerne in gebruik, Haarlem, 14 juni 1963. Foto: Harry Pot

1968

Onder leiding van beeldhouwer Wessel Couzijn wordt het systeem van werkplaatsonderwijs drastisch omgegooid: het zijn nu niet langer de begeleiders, maar de beginnend kunstenaars zelf die een eigen atelier hebben. Een meer passende naam is dan ook ateliers ’63, uiteraard zonder hoofdletters. Er zijn inmiddels nog maar twee van de zeven oorspronkelijke initiatiefnemers over, die onder Couzijn worden aangevuld met een nieuwe groep kunstenaars die openstaan voor radicaal nieuwe vormen van kunstonderwijs. Onder hen schilders Edgar Fernhout, Reinier Lucassen en Ger Lataster, beeldhouwers Carel Visser en Jan van Munster, multidisciplinaire conceptualistenbeeldend kunstenaars Jan Dibbets en Ger van Elk. Met hen ontstaan de eerste contouren van wat nog steeds kenmerkend is voor De Ateliers: atelierbezoeken op dinsdag, een open maar strenge selectie aan de poort, en bovenal het geloof in kunstenaarschap, dat in zijn ontwikkeling kan worden geholpen door gesprekken met ervaren vakgenoten. Dat de stijl van de begeleiders in hun gesprekken en atelierbezoeken onderling verder sterk verschilt, zeker in de beginjaren, is juist de kracht van het instituut.

1971

De kazerne waarin ateliers ’63 tot dan toe had kunnen huizen, wordt door de gemeente Haarlem ontruimd om er het hoofdbureau van de politie van te maken. Gelukkig wordt door destijds directeur Paul Schotel vervangend onderdak gevonden in het voormalige Sint Jozefklooster op de Zijlsingel in Haarlem, waar het instituut tot 1992 zal blijven. Als je het aan sommigen vraagt, een toepasselijke locatie: meer dan eens is De Ateliers al omschreven als een soort klooster voor kunstenaars, waar ze zich kunnen terugtrekken en concentreren op hun praktijk.

ateliers63_bw01.jpg
ateliers63_bw02.jpg
ateliers63_bw03.jpg

Modeltekenen op academie '63, 1963. Foto: Uipko Berghuis

1975

In reactie op het vaak gehoorde verwijt dat De Ateliers een gesloten bastion is, wordt besloten tot een groepstentoonstelling van oud-deelnemers. De eerste editie, samengesteld door Jan Dibbets, Carel Visser en Marcel Vos, in samenwerking met Jan Zumbrink, wordt gehouden in de Vleeshal op de Grote Markt inHaaHaarlem. Voortaan zou een dergelijke tentoonstelling grofweg eens in de vijf jaar plaatsvinden, onder meer in Fodor Museum in Amsterdam, het Maastrichtse Bonnenfantenmuseum en het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. De laatste van deze reeks werd georganiseerd in 2002.

1984

Marcel Vos treedt aan als directeur, wat hij tot 1995 zou blijven. De Ateliers, inmiddels redelijk gevestigd in het kunstonderwijs, begint invloed te hebben op de andere zogeheten postacademische instellingen. Waar deelnemers van De Ateliers zich al jaren bezighielden met happenings, performances en videokunst, waren ze op de Rijksakademie nog bezig met anatomietekenen. Tussen ’84 en ’86 voert de directie van dit laatstgenoemde instituut herstructureringen door met De Ateliers als onverwacht ijkpunt. Jonge kunstenaars op de Rijksakademie krijgen vanaf nu voor twee jaar hun eigen atelier waar ze worden bezocht door ‘adviseurs’ in plaats van klassikaal les te krijgen van professoren, zoals voordien gebruikelijk was in het postacademische onderwijs.

cropped-22-team-begeleiders-1986-Rene-Daniels-Toon-Verhoef-Jan-Dibbets-Jan-Beutener-Ben-Akkerman-Marcel-Vos-niet-op-de-foto-Carel-Visser-stanley-brouwn.jpg

Begeleiderteam in 1986, v.l.n.r. René Daniëls, Toon Verhoef, Jan Dibbets, Jan Beutener, Ben Akkerman, Marcel Vos (niet op de foto: Carel Visser, stanley brouwn). Foto: Pieter Boersma

1992

Nadat de Rijksakademie aankondigt te gaan verhuizen naar de huidige locatie op de Sarphatistraat, eind jaren ‘80, ontstaat het idee om het door hen achtergelaten pand over te nemen. Dit proces gaat niet zonder slag of stoot, maar in 1992 is het dan eindelijk zover: De Ateliers verhuist naar Amsterdam. Het nieuwe gebouw is als een droom die uitkomt: grote ruimtes, hoge ramen op het noorden, een enorm pand dat speciaal ontworpen is voor kunstonderwijs. Dat het pand in slechte staat is, mag de pret niet drukken. Enthousiast helpen de deelnemers mee aan het stuc- en schilderwerk, en ontwerpt een sympathiserende Sol LeWitt een tegelvloer voor de deelnemerskeuken.

1993

In het nieuwe gebouw wordt in de zomer van ’93 een rondetafelgesprek gehouden, een zogenaamde expert meeting, onder leiding van Rudi Fuchs. Aanwezigen zijn John Baldessari, Chris Dercon, Jan Dibbets, Tony Cragg, Pierre-Jean Galdin, Georg Herold, Fritz Heubach, Toon Verhoef en Alister Warman. Het is een levendig debat dat draait om vragen als: hoe moet het kunstonderwijs zich verhouden tot de hedendaagse kunst? Wat kan men een student leren en wat niet? Wat is de verhouding tussen theorie en praktijk? Eén van de weinige momenten dat iedereen het ergens over eens is, is wanneer Baldessari opmerkt “Ï’ve always had the suspicion that when I think I’m teaching I’m not, and when I think I’m not teaching I am.”

2006

De voorheen vrijblijvende en een week durende solopresentaties van de afzwaaiende tweedejaars worden voor het eerst samengevoegd tot één tentoonstelling: Offspring. In deze nog altijd jaarlijks terugkomende eindtentoonstelling wordt gewerkt met een steeds wisselende samenstelling van gastcurator en ontwerper.

2026

Ateliers ‘63 wordt 63! En dat wordt gevierd met een gloednieuwe website vol archiefmateriaal, foto’s en informatie.

Als u meer wilt lezen over de geschiedenis van De Ateliers, is het boek De Ateliers 1963 - 2023. Geschiedenis van een kunstenaarsinstituut van oud-directeur Dominic van den Boogerd misschien iets voor u.

Het boek is hier te verkrijgen.

grafisch archief

5-Poster-1.jpg
Poster-1.jpg
Scan-41.jpeg
cropped-26-Scan-1.jpeg
IMG_5643.JPG
cropped-2-Poster-draft.jpg
4Poster-2.jpg
cropped-26-Scan-2.jpeg
Advertentie-Zijlsingel.JPG
Poster.png

poster openingstentoonstelling ateliers '63